Resolutie van het Vlaams parlement

In zijn resolutie van 19 december 2002 vraagt het Vlaams parlement aan de Vlaamse regering om werk te maken van het aanbieden van degelijk filosofieonderwijs voor iedereen.

De resolutie is ingediend door vertegenwoordigers van alle Vlaamse democratische partijen, met name Frans Ramon (Agalev), Dirk De Cock (Spirit), Gilbert van Baelen (VLD), Kris van Dijck (N-VA), Luc Martens (CD&V) en Lucien Suykens (sp.a), en is aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams parlement met 87 stemmen voor en 17 onthoudingen. De politici delen blijkbaar de mening van de filosofen, nu nog de onderwijsverstrekkers.

De resolutie wil geen nieuwe, bijkomende onderwijsdoelstellingen. Ze verwijst in plaats daarvan echter naar een OESO-studie die stelt dat Vlaamse jongeren zwak scoren voor typisch filosofische eindtermen als zelfstandig en kritisch leren denken, reflecteren, interpreteren en dialogeren.

Op organisatorisch vlak pleit de resolutie ervoor om filosoferen te integreren in de bestaande vakken tot 16 jaar. In dat geval moeten de lerarenopleidingen echter wel bekwame filosofische gespreksleiders vormen. Voorts wordt gepleit voor een apart vak in de derde graad secundair onderwijs om de in de voorgaande jaren ontwikkelde vaardigheden te verrijken en te verdiepen door de confrontatie met de ervaring van de mensheid terzake (de geschiedenis van de filosofie).

De resolutie beklemtoont het aspect politieke vorming. De filosofie omvat immers van oudsher ook het samen met anderen nadenken over de beste vorm van sociale en politieke organisatie. Filosofieonderwijs kan een uitstekende leerschool zijn voor de confrontatie met de veelheid van problemen, gezichtspunten en argumenten van de anderen, en voor de ontdekking van het inzicht dat de fundamentele vragen van het leven de mensen en de mensheid samenbrengen, in plaats van hen te scheiden. Kortom, eigentijds filosofieonderwijs als een sleutelelement in een democratisch maatschappijmodel.

De resolutie stelt ook dat filosoferen kan bijdragen tot een opwaardering van het technisch en beroepsonderwijs.

De resolutie is ten slotte geenszins een pleidooi voor filosofie in plaats van de bestaande levensbeschouwelijke vakken. Filosofie kan deze vakken niet vervangen, maar misschien wel hun eigenheid teruggeven.